Winters in Brussel

Zomers in Hingene, winters in Brussel. Zo ziet het leven van de familie d’Ursel er eeuwenlang uit. Generatie na generatie wonen ze in het hôtel d’Ursel, hun schitterende stadsresidentie op de Brusselse Houtmarkt. Net zoals het kasteel van Hingene kent het hôtel zijn bloeiperiode in de 18de eeuw, met prachtige interieurs van Laurent-Benoît Dewez. Als gevolg van decennialange erfeniskwesties en stedenbouwkundige ontwikkelingen wordt het huis in 1960 gesloopt. Deze zomer transformeert het kasteel d’Ursel tijdelijk in het hôtel d’Ursel en vertellen we het fascinerende levensverhaal van dit uitzonderlijk monument.

 

Van Antwerpen naar Brussel

Het hekwerk van de toegangspoort en een stapel brokstukken drukken je meteen met de neus op de feiten: het hôtel is niet meer. Maar daarna starten we bij het begin, wanneer de familie d’Ursel nog Schetz heet en ze als kooplui en bankiers actief zijn in Antwerpen. We volgen hen naar Brussel, waar ze als ambtenaren van de Spaanse koning en zijn landvoogd dicht bij het hof willen verblijven. In 1590 zoekt en vindt Conrard Schetz een geschikt pand, eigenlijk ‘meerdere huizen onder een dak’, zoals je het zelf in de aankoopakte kan (proberen) lezen. Conrard Schetz, die vanaf 1617 d’Ursel heet, kiest de plaats waar zijn nakomelingen precies driehonderdzeventig winters zullen doorbrengen. 

 

3D-reconstructie

Na heel wat bouwen en verbouwen groeit het hôtel d’Ursel uit tot een indrukwekkend complex. Het vult een volledig huizenblok tussen de Houtmarkt, de Loxumstraat en de Herderinnestraat. De originele plannen en gevelopstanden tonen hoe het gebouw zijn definitieve uitzicht krijgt: een strak symmetrische gevel van negen traveeën en twee bouwlagen onder een hoog mansardedak. We vertellen ook dat de hertog het veel grootser ziet en ineens het aangrenzende perceel wil bebouwen (en waarom dat mislukt). Omdat één driedimensionaal beeld meer zegt dan duizend woorden, een gevelopstand en een plattegrond, hebben we opnieuw de hulp ingeroepen van Timothy De Paepe. Twee jaar geleden maakte hij digitale reconstructies van de ontwerpen van Servandoni voor het kasteeldomein van Hingene. Nu gaat hij aan de slag met de oude plannen en foto’s van het hôtel op zijn hoogtepunt. Het resultaat is weer verbluffend. 

Op verkennning

Dan is het tijd om verder te kijken dan de gevels. De kamers op de eerste verdieping van het kasteel transformeren in de vestibule, de kapel, de eetkamer, de grote salon, de kleine salon, de slaapkamers en de dienstvertrekken van het hôtel. Tussen 1769 en 1773 bezorgt hertog Charles het interieur van zijn huis zijn definitieve uitzicht. We tonen de originele ontwerpen (en de gedetailleerde rekening) van architect Laurent-Benoit Dewez en vergelijken ze met foto’s die meer dan 150 jaar later zijn gemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de ontvangstruimten en de mooiste kamers in de appartementen immers uitgebreid gefotografeerd, voor het geval ze door bombardementen beschadigd zouden worden. 

 

Minutieuze maquettes

Dankzij enkele ‘penseelprinsessen’ bestaan er ook aquarellen, schetsen en olieverfschilderijen, waarop we de salons en de appartementen in kleur terugvinden. Brieven en dagboeken vertellen het leven van alledag en we combineren de iconografie met meubels en siervoorwerpen die er vroeger in de kamers stonden. Met minutieuze maquettes en tekeningen analyseren masterstudenten van de Faculteit Architectuur (KU Leuven) het hôtel en onthullen ze zijn verborgen kantjes. 

 

De lange en bochtige weg bergaf

Op de tweede verdieping van het kasteel is de glorietijd voorbij. Je voelt hoe het hôtel begin 20ste eeuw wordt bedreigd door de aanleg van de Noord-Zuidverbinding voor treinen en de drastische modernisering van de oude wijk rond de residentie. Je ziet de plannen waarop de hertog bijna eigenhandig de lijnen uitzet om zijn huis te sparen, maar hij kan niet beletten dat een deel van de residentie in 1910 gesloopt. Terwijl de werken in de wijk eindeloos aanslepen, herneemt het leven in het hôtel, met een grote diefstal tijdens de Eerste Wereldoorlog, een kleine brand in 1923, nieuwe functies – kantoren – en nieuwe generaties die worden geboren. Errond verschijnen nieuwe boulevards met monumentale gebouwen en het huis wordt een eiland in het midden van de hoge torens. 

 

Het einde

Door de transformatie van de wijk zijn de grondprijzen geëxplodeerd, maar de opeenvolgende erfenisverdelingen hebben de oudste zonen langzaam maar zeker geruïneerd. Na het overlijden van hertog Robert in 1955 gaan de eerste geruchten over verkoop en sloop. In afwachting wordt het hôtel verhuurd als evenementenzaal. Op 20 oktober 1960 weerklinken de eerste slagen van de sloophamers. De televisie wijdt er een kort item aan, maar buurman Marcel Lebouille documenteert de afbraak en maakt honderden foto’s. Dag na dag zie je het hôtel meer en meer verdwijnen.

 

De opvolgers

In 1963 opent op de plek van het hôtel d’Ursel het Westbury-hotel: met 252 kamers en een panoramisch restaurant op de tweeëntwintigste verdieping het hoogste hotel op het Europese vasteland. In 1976 gaat het hotel bankroet en worden de kamers omgevormd tot kantoren. Ze worden ingenomen door de Nationale Loterij, die voor de verwerking van de formulieren van het Lottospel veel ruimte nodig heeft. Na 18de-eeuwse plannen en verfijnde aquarellen sta je in de tentoonstelling plots oog in oog met de originele Lottotrommel uit 1978. Vijfentwintig jaar later wordt ook de Lotto-toren gesloopt en verrijst het Central Plaza. De glazen wanden van het kantoorcomplex weerspiegelen de stedenbouwkundige veranderingen. Niets herinnert nog aan de eeuwenlange aanwezigheid van het hôtel d’Ursel in het hart van de stad.

 

Nieuw leven

Na de sloop van de residentie verdwijnen de schilderijen, beeldhouwwerken, meubels en interieurdecoratie meestal spoorloos in de wereld van kunst en antiek. Sommige stukken krijgen echter een nieuwe leven bij vrienden en kennissen: een schouwmantel belandt bij de afgetreden koning Leopold III in Argenteuil, de parketvloer van het groene appartement siert de villa van een Vlaamse industrieel. Maar ook bij de familie die er eeuwenlang heeft gewoond, leeft de herinnering aan het hôtel verder. Net zoals deze zomer in het kasteel.

 

Praktisch

Van 20 mei tot 30 september 2018

Toegang 10 euro – kinderen t.e.m. 12 jaar gratis

Individuele bezoekers zijn welkom op zon- en feestdagen, telkens van 13 tot 18 uur. In de parkbar kan je nagenieten met een Cuvée Antonine.  

Op weekdagen en op zaterdagen ontvangen we groepen onder leiding van een gids (na reservatie). Voor of na de rondleiding geniet je in de spiegelzaal van een glaasje cava, koffie met taart, een degustatie met Cuvée Antonine of een uitgebreide afternoon tea. 

In juli en augustus organiseren we elke donderdag om 14 uur een rondleiding voor individuele bezoekers. Hiervoor kan je individueel of met enkele mensen inschrijven. Wij stellen dan zelf een groep van 15 personen samen en reserveren een gids. Na de rondleiding sluit je af met een afternoon tea. 

Voor meer informatie, reservatie of een programma op maat kan je terecht op info@kasteeldursel.be of 03 820 60 10.

Toegankelijkheid

Alle verdiepingen van het kasteel zijn bereikbaar met een lift. Er zijn enkele smalle deuren. 

Bereikbaarheid

Kasteel d'Ursel ligt in het centrum van Hingene (W. d'Urselstraat 9). Er zijn verschillende parkeergelegenheden rond het kasteel.

 

Bestel het boek

Samen met de tentoonstelling verschijnt er ook een rijk geïllustreerd boek (tweetalig Nederlands-Frans). Als bezoeker van onze website krijg je de kans om vooraf in te tekenen. Als je voor 15 mei jouw exemplaar bestelt, mag je tussen 20 mei en 30 september de bijhorende tentoonstelling gratis bezoeken (aanbod geldig voor één persoon). 

Koen De Vlieger-De Wilde & Serge Migom, Hôtel d’Ursel (1590-1960). Biografie van een Brusselse stadsresidentie (CFC Éditions, 2018), 204 blz., 35 euro (verzendkosten 9 euro)

Mail naar info@kasteeldursel.be en schrijf het bedrag plus eventuele verzendkosten over op onze rekening BE54 0910 1850 04797.